FAQ

  • Kosten voor ouders zijn mede afhankelijk van de samenwerking van de school met de kinderopvang en de individuele omstandigheden van de ouders. Als een school de schooltijden wil/gaat wijzigen is het van belang dat hierover contact wordt opgenomen met de kinderopvangorganisatie(s), die met de school te maken heeft/hebben. Het ligt voor de hand, dat de school hierover vooraf met de kinderopvang heeft gesproken. De kinderopvang staat voor de vraag hoe zij op deze veranderingen inspringt of kan inspringen. 
    Er zijn kinderopvangorganisaties, die enige flexibilisering in hun opvangtijden realiseren. In de eerste plaats zullen zij hun opvangtijden moeten starten, als de school uitgaat. Sommige kinderopvangorganisaties bieden een blok aan van bijv. 2 uur na schooltijd, zodat niet een hele middag afgenomen hoeft te worden. 
    Er worden vragen aan de kinderopvang voorgelegd of zij het eerste uur na schooltijd kinderopvang kunnen aanbieden. Een en ander heeft mede te maken hoe flexibel kinderopvangorganisaties dit kunnen organiseren. Dat is overal verschillend.
    Van belang voor u is om deze informatie te krijgen door uw vraag bij de kinderopvang neer te leggen.

  • Als een school de kinderen verplicht stelt om de lunchpauze op school te blijven binnen een (continu)rooster, kan de school de ouders niet verplichten om het toezicht of lunchbegeleiding van deze pauze te bekostigen.
    Als een school aangeeft, dat er een pauze is tussen de ochtend – en middagschooltijd, waarbij kinderen naar huis kunnen gaan én er een overblijfmogelijkheid is voor de kinderen door overblijfkrachten of een overblijforganisatie, dan blijft het een vrije keus van de ouders om hun kinderen hieraan deel te laten nemen. Dan zijn de kosten voor de ouders.
    Er zijn scholen, die het op school blijven binnen een continurooster verplicht stellen, en een vrijwillige bijdrage aan ouders vragen voor de bekostiging van overblijfkrachten of toezichthouders bij de pauze.
    Een voorbeeld van een school in Tilburg: de leerkrachten eten een kwartier met de kinderen in de groep en daarna gaan de kinderen een half uur buiten spelen onder toezicht van vrijwilligers. Deze vrijwilligers worden bekostigd uit een vrijwillige ouderbijdrage.

  • Artikel 13 lid h van de Wet Medezeggenschap (WMS) regelt dat de oudergeleiding instemmingsrecht heeft op wijziging van de onderwijstijden. Daarnaast wordt voorafgaande aan deze beslissing een ouderraadpleging voorgeschreven. (mededelingen van O,C en W van 9 maart 2006: ‘Flexibilisering schooltijden in het primair onderwijs’). 
    Artikel 12 lid f van de WMS regelt dat de personeelsgeleding instemmingsrecht heeft bij vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling.
    Beide geledingen zijn bij wijziging naar een vorm van andere school- en/of onderwijstijden aan bod.

  • Een school die andere onderwijstijden wil invoeren, is wettelijk verplicht hierover een ouderraadpleging te houden (WMS, art. 15.3). 
    In de regelgeving is niet vastgelegd hoe zo’n raadpleging eruit moet zien en evenmin dat de uitkomsten van deze ouderraadpleging bindend zijn. Hoe hiermee wordt omgegaan, is aan de school zelf. Doel is in elk geval te ontdekken wat de ouders van de leerlingen vinden van een plan om over te gaan op andere onderwijstijden. De vorm van een ouderraadpleging is niet voorgeschreven.  Stuur de vra(a)gen met toelichting schriftelijk en/of per e-mail naar de ouders. Bespreek goed van te voren, dat alle ouders worden bereikt.

     Er zijn verschillende mogelijkheden, zoals:

    • een enquête als peiling van wensen en meningen
      • een referendum over het uiteindelijke voorstel

    De enquête: wensen in beeld
    Sommige scholen kiezen voor een enquête aan het begin van het traject om te peilen hoe de ouders over andere tijden denken. Met zo’n enquête moet u duidelijke informatie meesturen. Het is ook goed om dan verschillende modellen te laten zien en aan te geven dat eventuele aanpassingen daarop ook weer mogelijk zijn. Laat ouders bijvoorbeeld ook aankruisen welke begintijd en welke eindtijd hen het beste lijkt. Zo’n enquête is veel werk, maar geeft wel een beeld van de wensen van ouders.  Ook de ouders van de al ingeschreven kleuters kunnen meedoen. Hun antwoorden geven een goed beeld voor de toekomst. 

    Het referendum
    Een ander moment voor zo’n ouderraadpleging kan zijn ná alle informatierondes, als er al een vastomlijnd plan ligt. In dat geval kunt u de raadpleging beperken tot een simpel referendum met maar één vraag: “Bent u voor of tegen het plan om in een bepaald schooljaar te beginnen met nieuwe schooltijden volgens een bepaald model?”

    U kunt bepalen of de ouders van leerlingen in groep 8 al dan niet meedoen. Immers, als de nieuwe schooltijden pas in een volgend schooljaar ingaan, krijgen zij er niet meer mee te maken. Ouders van al ingeschreven kinderen, jonger dan vier jaar, krijgen er wel mee te maken. 

    Resultaten en interpretatie
    De uitkomst van een goede ouderraadpleging is meer dan een optelsom van de antwoorden. Het is immers vooral belangrijk te weten wat de ouders van de jongste en de toekomstige leerlingen willen. Het gaat uiteindelijk om de toekomst van de school. Daarom is het interessant om de antwoorden uit te splitsen per groep. Vermeld ook hoe hoog de respons is geweest. Op basis van de antwoorden is het wellicht nodig om het plan iets bij te stellen. Wellicht moet de hele omslag wat later ingaan dan aanvankelijk gedacht.

    Als u een enquête uitgeeft of een ouderraadpleging doet is het raadzaam aan te geven wat met de resultaten hiervan gebeurt.

    Meer informatie op de website van de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS).

    Klik hier voor de handreiking van de WMS.

  • Tijdens een schooldag krijgen kinderen tijd om te pauzeren en te lunchen. Dit draagt bij aan de evenwichtige verdeling van de onderwijsactiviteiten over de dag. Tussen de middag krijgen de leerlingen de gelegenheid om te lunchen. Dit valt in principe niet onder de onderwijstijd.
    Veel scholen vinden het tegenwoordig wenselijk dat leerlingen tussen de middag op school blijven. Dat gebeurt veelal in het kader van een continurooster. Dit roept de vraag op of deze tijd ook als onderwijstijd meegerekend mag worden.

    Lunchtijd als onderwijstijd.
    Het is aan de school om te bepalen of zij de leerlingen wil verplichten in de pauze op school te blijven (schooltijd) en of men de pauze mee wil laten tellen als onderwijstijd. Conform de regelgeving rond de medezeggenschap (WMS artikel 13, eerste lid, onder h van de WMS) kan dit alleen met instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. Dat deel van de MR heeft instemmingsrecht als het gaat om de vaststelling van de onderwijstijd.
    Voor het beoordelen van de vraag of de lunchtijd gerekend kan worden hanteert de inspectie een aantal uitgangspunten.
    De onderwijsactiviteiten die tijdens de lunch worden uitgevoerd dienen in overeenstemming te zijn met de wettelijke opdrachten voor het onderwijs (art. 9 van de WPO).
    De onderwijsactiviteiten die tijdens de lunch worden uitgevoerd dienen in overeenstemming te zijn met de eigen opdrachten voor het onderwijs die de school zich stelt zijn uitgewerkt in een onderwijsprogramma en staan beschreven in het schoolplan van de school (artikel 12, tweede lid van de WPO).
    In de schoolgids is informatie opgenomen over de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut (artikel 13, eerste lid, onder d van de Wpo). Het door de ouders of de leerlingen gekozen deel van de MR moet van tevoren hebben ingestemd met het aanmerken van lunchtijd als onderwijstijd (artikel 13, eerste lid, onder h van de WMS) en met de vaststelling van de schoolgids (artikel 13, eerste lid, onder g van de WMS). Bovendien moeten de ouders worden geraadpleegd voorafgaand aan het nemen van een besluit over het vaststellen van de onderwijstijd (WMS, Art. 15 lid 3).

  • Lengte van de lunchtijd.
    In de onderwijswetgeving worden geen voorschriften gegeven voor de indeling van de onderwijstijd en de lengte van pauzetijden. Er is wel opgenomen dat ‘activiteiten evenredig over de dag verdeeld dienen te zijn’. Het is daarom aan de school/het bestuur om te bepalen of een pauze van bijvoorbeeld een half uur beschouwd wordt als een verkorte pauze (‘onderwijs-vrij’) of als (verplicht) onderdeel van een continurooster. Zoals hierboven aangeven is daarvoor wel de voorafgaande instemming nodig van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen.
    Daarbij gaat de inspectie er vanuit dat als gekozen wordt voor ‘pauze’ de leerlingen in redelijkheid heen en weer naar huis kunnen en de pauze dan nog wel als ‘rusttijd’ kan worden aangemerkt.

    Geldelijke bijdrage en verplichtingen.
    Als de oudergeleding heeft ingestemd met de verplichte aanwezigheid (schooltijd) en/of de aanmerking van de lunchpauze als onderwijstijd dan zijn leerlingen verplicht aanwezig en kan voor deze tijd geen verplichte geldelijke bijdrage van ouders worden gevraagd (wel een vrijwillige). In alle andere gevallen is aanwezigheid tijdens de lunchpauze niet verplicht. Uiteraard heeft de school (feitelijk: het bestuur) dan nog altijd de verantwoordelijkheid voor ‘het doen regelen van tussenschoolse opvang’, maar zijn leerlingen niet verplicht in die tijd op school te blijven. Indien de leerlingen in dat geval gebruik maken van de tussenschoolse opvang zijn ouders ook gehouden aan het betalen van de daarvoor gemaakte kosten.

  • In de traditionele tijdsindeling krijgt de onderbouw van de basisschool 880 lesuren per jaar en de bovenbouw 1000 lesuren per jaar. De mogelijkheid bestaat om bij enkele nieuwe schooltijdmodellen alle groepen 1 t/m 8 940 uur les te geven. 
    Een bestaande school die wil overstappen van een rooster 880 en 1000 ( ob en bb) naar een rooster met 940 lesuren in elk leerjaar, moet zeer hoogstwaarschijnlijk overgangsjaren inlassen om ervoor te zorgen dat alle kinderen aan het einde van de schooltijd voldoende lesuren (7520) hebben gekregen. Scholen, die hiermee aan de slag willen, zijn soms ongeveer vier schooljaren bezig met de omzetting. Om een goede overgang te bewerkstelligen, hebben scholen een aantal jaren meer lesuren nodig om aan het totaal te komen (vooral in de middenbouw). 
    Soms kan het in minder dan vier jaren, omdat alle onderbouwgroepen meer lesuren maken dan het minimale voorgeschreven aantal. Dit zal van geval tot geval berekend moeten worden.

  • De rechtspositie van personeelsleden verandert niet door de invoering van een ander schooltijdenmodel. De cao PO blijft van kracht voor alle leerkrachten. Er kunnen wel wijzigingen optreden in bijv. de werktijdfactor, maar dit kan nooit eenzijdig opgelegd worden. Hier dient altijd sprake te zijn van overleg.
    De normjaartaak verandert in principe niet. Een fulltime leerkracht blijft gebonden aan de 1659 uren (normtaak) per schooljaar .

  • Iedere leerkracht in het primair onderwijs heeft volgens de cao PO recht op een half uur of twee keer een kwartier pauze tussen 10.00 uur en 14.00 uur, als de werkdag langer duurt dan 5 ½ uur. (artikel 2.7 lid 4)

    De pauzeregeling zoals beschreven staat in artikel 2.7 lid 4 van de Cao PO vervalt per 1 augustus 2019. De regeling van de pauze is dan onderdeel van het werkverdelingsplan. Dan geldt voor alle leerkrachten de Arbeidstijdenwet zonder de aanvullende eisen: “tussen 10.00 en 14.00 uur”. 

    De korte ochtendpauze (‘speelkwartier’ van 10.00-10.15 uur of van 10.15 – 10.30 uur) telt voor de leerlingen mee in het aantal lesuren per dag. Als leerkrachten (zoals in de kleuterbouw) met de kinderen eten en drinken, of als er bij de onder-, midden en bovenbouw pleinwacht gelopen wordt, telt deze niet mee als pauzetijd voor de leerkrachten.
    Als leerkrachten in deze pauze ook werkelijk pauze kunnen nemen, kan deze tijd als pauzetijd geïnterpreteerd worden.

    Uit de cao PO: 
    Pauze: Een tijdelijke onderbreking van de werktijd waarbij de werknemer geen enkele verplichting heeft tot het verrichten van werkzaamheden.

  •  In Frankrijk wordt soms het volgende schooltijdenmodel toegepast:  Maandag-dinsdag-donderdag-vrijdag naar school tot 17.00 uur. Woensdag vrij. Dit geeft ruimte voor het bioritme-model, maar ook genoeg tijd voor ouders om met hun kinderen door te brengen, voor clubjes e.d. De school biedt op de hele dagen ook creatieve en/of sport-activiteiten aan (zoals in bioritme-model). In Frankrijk werken de ouders allebei en bijna altijd fulltime.

    Op dit moment is het in Nederland nog niet mogelijk om een volledige vierdaagse schoolweek in te voeren. Hiervoor dient de wetgeving aangepast te worden. 
    In de mededelingen van O,C en W van 9 maart 2006 ‘Flexibilisering schooltijden in het primair onderwijs’ wordt bepaald, dat een school, naast de kortere weken die ontstaan door feestdagen, per schooljaar ten hoogste zeven maal voor de groepen 3 t/m 8 een vierdaagse schoolweek mag laten ontstaan. Een en ander is wel in discussie in het veld, maar op dit moment nog niet haalbaar.

  • Bij een continurooster blijven de leerlingen van de school verplicht tussen de middag over op school. Ondanks over het algemeen positieve oordelen van leraren en directie op scholen met een ‘5-gelijke-dagen-model’ (variant van continurooster) ontbreekt wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van een continurooster. Wel zijn er beperkte resultaten van onderzoek naar het bioritme van basisschoolkinderen in relatie tot hun functioneren en leerprestaties. Die suggereren dat de beste tijd om met meer aandacht en concentratie te werken tussen 10 en 12 uur en tussen 14 en 16.30 uur ligt. Een continurooster zou op basis hiervan dus slecht aansluiten bij het concentratievermogen van de leerlingen.
    Bij een continurooster maakt de pauze tussen de middag deel uit van de schooltijd. Leerlingen eten kort op school met de leerkracht, waarna ze nog een kwartier tot half uur spelen. Het idee is dat de kortere onderbreking van het lesprogramma goed is voor het creëren van rust in de klas. Het opstartmoment na (een soms onrustige) lunch en lange pauze verdwijnt namelijk op deze manier. Kinderen blijven in het ritme en pakken het lesprogramma ’s middags makkelijker op.

  • Er is geen datum vastgelegd, waarop scholen moeten aangeven dat zij  andere schooltijden gaan invoeren.  Meestal worden nieuwe onderwijstijden met ingang van een nieuw schooljaar ingevoerd, maar dat is geen verplichting.

    Wij adviseren scholen om zulke veranderingen ruimschoots van te voren aan te geven  (een half jaar), juist om ouders en andere belanghebbenden de gelegenheid te geven op de veranderingen in te spelen. (werkgevers, sportverenigingen, enz.)

  • De tijd tussen de ochtendlesuren en de middaglesuren wordt beschouwd als tussenschoolse opvang (overblijven). De kosten hiervoor vallen niet onder de regeling kinderopvangtoeslag.

    Als bij het vijf gelijke dagenmodel of een continurooster de kinderen in de groep lunchen en door de eigen leerkrachten of ander personeel van de school worden opgevangen, zijn hieraan (meestal) geen kosten verbonden. Soms wordt een vrijwilligersbijdrage gevraagd om ouders te bekostigen die na de gezamenlijke lunch in de klas toezicht houden op het plein.

    Als op een school waar men kan kiezen voor al dan niet overblijven een professionele organisatie (kinderopvang) of vrijwilligers de tussenschoolse opvang (het overblijven) regel(t)en, zijn hieraan de kosten verbonden. Die kosten zijn per school verschillend.

  • In het bioritmemodel is er sprake van een langere pauze tussen het ochtendlesprogramma en het middaglesprogramma. 
    Er is een strikte scheiding  in de regelgeving van de bekostiging van de TSO en die van de BSO. 
    In het bioritmemodel worden er in het ‘pauzeblok’ activiteiten georganiseerd, die anders na schooltijd door de kinderopvang georganiseerd worden. De kosten van het ‘pauzeblok’ komen direct ten laste van de ouders of de school. De Belastingdienst beschouwt tussenschoolse opvang niet als kinderopvangtijd, maar als overblijven en de kinderopvangtoeslag is dan niet van toepassing.

  • Op weg naar een kindcentrum

    Sinds de motie Van Aartsen/Bos (2006) werken steeds meer kinderopvangorganisaties en basisscholen samen aan de ontwikkeling van de kinderen. Vanuit deze samenwerking ontstaan kindcentra. 
    Een kindcentrum is voor kinderen van 0 tot 12 jaar, dat de gehele dag open is en een breed pakket van onderwijs en opvang aanbiedt. Belangrijk kenmerk is dat hier wordt samengewerkt door één team met een gedeelde visie op onderwijs en opvang.
    Het is belangrijk om onderwijs en opvang nauw op elkaar afgestemd aan te bieden, om zo de optimale ontwikkeling van kinderen te ondersteunen. Door deze integratie van onderwijs en opvang krijgen kinderen een sluitend dagprogramma en een doorgaande leerlijn binnen één pedagogische visie. Daarnaast kunnen kindcentra, afhankelijk van de lokale situatie en wensen, ook andere voorzieningen als zorg, welzijn, cultuur en sport aanbieden. Dit geeft kinderen rust in hun dagprogramma en het maakt het voor de ouders eenvoudiger om de zorg voor hun kinderen en hun werk overdag te combineren.

    Wat is een kindcentrum?
    De kenmerken:
    1. Eén visie
    Iedereen die in het kindcentrum werkt, heeft dezelfde visie op de wijze waarop kinderen leren en zich ontwikkelen. Dit is fundament van het kindcentrum. Kinderen leren en spelen, binnen en buiten schooltijd, in het kindcentrum en kunnen daar hun talenten in de volle breedte ontwikkelen.

    2. 0 tot 12 jaar
    In het kindcentrum komen baby’s, peuters, kleuters en kinderen tot 12 jaar. Zij worden vanuit een doorgaande ontwikkelingslijn gevolgd en er zijn individuele ontwikkelingsplannen.

    3. Breed aanbod
    Het kindcentrum biedt onderwijs en opvang, maar ook sport, muziek of spel. Met verplichte en vrijwillige onderdelen waaruit ouders en kinderen kunnen kiezen.

    4. De hele dag, het hele jaar door.
    Het kindcentrum is de hele dag geopend, van zeven tot zeven. De dagindeling kenmerkt zich door rust en een goede balans van inspanning en ontspanning. Sommige kindcentra zijn het hele jaar door open en bieden in overleg met de ouders flexibele vakanties.

    5. Eén team met één organisatie
    Leerkrachten, pedagogen, pedagogisch medewerkers en vakleerkrachten vormen één team. Zo nodig halen ze deskundigen van buiten naar binnen. De organisatie heeft een eenhoofdige leiding, één beleid en is gehuisvest in een multifunctioneel gebouw.

    6. Eenduidige communicatie met ouders
    Ouders hebben met één organisatie te maken. Ze hoeven niet apart afspraken te maken met de school, de kinderopvang of peuterspeelzaal. Er is één aanspreekpunt.
    Er wordt zoveel mogelijk vanuit een organisatie gewerkt (een werkbudget, een integraal plan, een personeelsbeleid etc.) met één leiding. Dit betekent dat er geen scheidingen meer zijn tussen oude organisaties (als school, kinderopvang, peuterspeelzaal…) en er vanuit een visie en plan wordt leiding gegeven.

    Klik hier   voor animatiefilmpje. 

    Klik hier voor de pdf “Wat is een kindcentrum” en de “Bouwstenen”.

  • Een evaluatie van de nieuwe tijden na ongeveer een half jaar is aan te raden.

    Er kan een vragenlijst naar ouders gestuurd of gemaild worden. Stel open vragen, zodat ouders hun verhaal kwijt kunnen. Ook het peilen van de tevredenheid van de kinderen en van de leerkrachten kan veel materiaal opleveren om eventueel aanpassingen te doen. Uiteindelijk gaat het om een model dat past bij de school.

    U kunt ouders, leerkrachten en kinderen vanaf het begin vragen om hun reacties en vragen naar een bepaald e-mailadres te sturen. U kunt dan aan de hoeveelheid reacties aflezen of er problemen zijn en of die toe- of afnemen.

    Mocht er tussentijds een probleem aan het licht komen, aarzel dan niet om het direct aan te pakken.  Met tussentijdse aanpassingen kunt u voorkomen dat het een ervaren probleem groter wordt.